donderdag 14 december 2017

Dankbaar?

Zoals velen van jullie weten, kopieer ik veel gedrag. Doe ik wat hoort. Zegt A dat het zus moet en B dat het zo moet, dan probeer ik me aan beiden aan te passen, brengt het me in verwarring, etc. Want wat is nu het gedrag dat 'hoort'?
Best lastig, ingewikkeld, moeilijk. En je ziet het niet aan me, als je me ziet/spreekt op een dag.
Maar volcontinu maakt mijn hoofd in een flits keuzes hoe me te gedragen. En daarbij kijk ik zelfs vaak al 20 stappen verder dan menig ander. Ik schakel wat dat betreft heel snel (tussen alle als-dan-scenario's ).

Dat is vermoeiend. Maar zolang ik het gevoel heb dat het 'aanpassingsgedrag' op dat moment het juiste is, niet.

Eén van de aanpassingsgedragingen: dankbaar zijn met wat je hebt.
Want als je vooral klaagt over wat je niet hebt, dan wordt je gezien als negatief, als een zeur.
En dankbaar zijn heeft een bewezen psychologisch effect. Je gaat je er echt beter door voelen.
Count your blessings one by one.
Count your blessings, nog your worries.

No automatic alt text available.No automatic alt text available.

We hebben bijvoorbeeld komende kerstvakantie jongste weer anderhalve week thuis.
Dat is geen keus van ons.
Dat is omdat er niet meer dan die halve week opvang is.
En na anderhalve week vrij zijn voor mijn man, vanwege jongste, moet ook hij dan weer gaan werken. Dus tijd met elkaar zónder jongste gaat ook in rook op. Want na anderhalve week 'thuis werken' wordt hij weer op zijn werk verwacht. Want ook dat gaat door...
En al valt het gedrag van jongste mee. Voor mij valt het nooit mee. Simpel weg om dat ik uit mijn eigen ritme/doen ben en me dat per definitie al rood maakt. En wat is meevallen? Ik denk als een vreemde zou invliegen in ons gezin, die weer gillend weg zou lopen. Want pas dan weet je wat het écht inhoudt, zelfs als het meevalt.
De druk rondom deze weken kun je lezen in deze fb-post: https://www.facebook.com/photo.php?fbid=1617683591610539&set=a.297917003587211.67142.100001067424046&type=3&theater.

Maar toch verspreid ik overal dat ik/we dankbaar zijn dát hij die halve week uit logeren gaat. Blij zijn met wat je hebt. Het als een cadeautje zien. Er zijn landen waar deze zorg er niet eens is. Blij zijn dat hij hier geboren is. En dankbaar zijn dat hij niet twee weken thuis is. En in de zomervakantie geen 6 weken thuis is, maar slechts 3. Want hij heeft dan 3 (werk!)weken opvang. Verspreid over de vakantie.

Dit vorige week ook ter sprake gebracht in het gesprek met de WLZ-consulente en de korte aanwezigheid van de consulente van 'Dit Koningskind' (http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2017/12/zoveel-en-zo-complex.html).

Ze vonden het verdrietig dat ik zo dacht. Net als zoveel andere ouders in het zelfde schuitje.
Je bent dankbaar voor wat je hebt. En dat is ook echt zo. Maar je communiceert dat ook zo naar buiten, omdat mensen dat graag willen horen. Geklaag is men snel beu (de vraag is of het geklaag is, of gezond realisme - waar de ánder geen raad mee weet en het dan negatief uitlegt).

Jongste heeft een WLZ-indicatie voor 365 (366 in schrikkeljaren) etmalen zorg per jaar.
En dát kan gewoon niet geboden worden, terwijl dat wel zou moeten.
Niet omdat wij niet willen. Want we trekken overal aan de bel en zijn bijna 'bel-trek-moe', maar het IS er niet. De ene plek kan niet voldoende veiligheid bieden voor de complexe problematiek van jongste, op de andere plek zijn de budgetten op en moet hij zijn 'logeerbed' delen met 2 andere cliënten (en proberen zij een zo eerlijk mogelijke verdeling te maken van dat bed).
Er zou zorg thuis moeten zijn, maar dat budget is al op aan 'zorg in de klas' (zo heet dat officieel).

Dat hij die indicatie heeft, zegt genoeg over zijn problematiek (in combinatie met die van mij).
En dan kan je overal bezwaar gaan maken, demonstreren, protesteren.
Maar daar is de energie niet meer voor aanwezig. Dat zou dan ook nog boven op al het complexe komen. Dus dat laat je schieten of je laat het over aan de meest mondige en krachtige ouders, die je ook af en toe op tv ziet verschijnen met hun verhaal.

Is het geklaag? Is het dat we niet dankbaar zijn?
Ja, ik vertoon graag dankbaar gedrag, ook omdat ik denk dat het 'zo hoort'.
Maar ik zou graag degenen die van menig zijn dat we klagen willen uitnodigen om hier minimaal een week alles over te nemen. En dan vooral wat mijn man doet. Maar ook wat ik doe (heel veel administratief en uitzoek-werk achter de schermen.... het eerste contact- en aanspreekpunt voor al die instanties waar jongste verblijft en/of waar gesprekken mee gevoerd worden ... de planning van alle roosters waar jongste mee te maken heeft (school, logeren Cello, NSO Cello, logeren de Winkelsteegh). Het op elkaar afstemmen. Bedelmails/ telefoontjes (liever per mail voor mij) of hij alsjeblieft in die week mag komen logeren, omdat we dan zelf ook een weekje rust hebben  (en het qua planning van man en oudste eigenlijk alleen in die week uit zou komen).
Mijn man die meer het fysieke zorgen doet. Nabijheid bieden. Activiteiten samen doen. Wassen, douchen, verschonen, kleden. Ik die zorg dat alle was die hij met zich meebrengt, dagelijks schoon in de kasten komt. Dat zijn logeertas om het weekend klaar staat en nadien weer uitgepakt wordt. De 'leuke' activiteiten op zijn school waar mijn man vaak akte de precance geeft en de ouderavonden waar ik verschijn (is onze verdeling onderling).

Ja, we zijn dankbaar voor wat we hebben.
Maar we verdienen zoveel meer.
Dankbaar zijn voor het krijgen van een kwart van wat je nodig hebt en volgens de wet 'recht op hebt'.
Dat is inderdaad schrijnend verdrietig.
Maar je schuift je grenzen steeds verder op.
Dus samen met vele ouders in het zelfde schuitje, zijn we dankbaar voor al die druppeltjes zorg.
Beter een druppeltje dan niets, zo is de redenatie. Zover is die grens opgeschoven. Omdat je weet hebt dat het ook niets had kunnen zijn.

maandag 11 december 2017

Ik begrijp er niets meer van... of toch wel?

Vanmorgen was ik een tikkeltje rood en dacht ik ga kleuren. Ik pakte deze 'kleurpsalm' en las die door (Psalm 149).
Uiteindelijk ben ik er maar een collage van gaan maken.
Want ik begon met lezen over zingen.
Als mijn rode hart ontploft van onrust kan ik niet zingen...
Maar toen als ik al die oproepen om je vijanden met zwaarden te lijf te gaan en gevangen te nemen. Dat zou de Heer van me vragen en dat zou tot eer van mij zijn.
Huh? Pardon?
Geen wonder dat mensen die niet bekend zijn met het Christelijke geloof zeggen dat de Bijbel oproept tot geweld. Hier staat het toch?
Maar kan dit bedoeld zijn met wat er staat?
Het hielp mij juist zo om niet met denkbeeldige spreek op mijn vijanden af te rennen, maar het oordeel aan Hém over te laten...
(En gisteren in de kerk net gehoord over het visioen van Jesaja dat speren omgesmeed worden tot ploegijzers. 😉 ).
Het móet anders bedoeld zijn.
Ik denk dat die vijanden en vijandige volken de vijanden van mijn eigen ziel zijn. Wat en wie beïnvloedt mijn denken en gevoelens? Waar hecht ik een te grote waarde aan? Wat of wie geef ik de macht mijn gedachtes en gevoelens te beheersen? Daar waar er maar Één die macht heeft?
Die denkbeeldige vijanden mag ik ketenen, in de boeien slaan, achter tralies zetten. Zodat ik vrij ben. Vrij van die macht die ik het of hen gaf.
Geef ik het de macht me te doden of niet?
En als de vijanden van mijn ziel personen zijn, dan mag ik ook de macht die ik hen heb gegeven over mijn gedachten- en gevoelsleven ketenen. Zonder dat ik voor eigen rechter ga spelen. Zij hoeven de gevangenis niet in. Nee. De macht die ik hen gaf mag de gevangenis in. Dat wil de Heer van mij. Dat is mij tot eer. Dan ben ik zelf vrij én zet ik dat of die ander(e) vrij.
Eigenlijk best begrijpelijk.
En liefdevol bedacht van God.

zondag 10 december 2017

Ik ben zo mooi en rein als sneeuw

Ik ben een parel.
Ik hoop dat deze mooie titel jullie doen besluiten deze blog te lezen.
Ik ben zo mooi en rein als sneeuw.
Eigenlijk wilde ik boven deze blog zetten: 'ik ben een misbaksel'. Maar mensen willen geen - in hun ogen - geklaag lezen en scrollen snel verder.
En als ik in het rood neerknal dat ik een misbaksel ben, heb ik morgen weer een paar ontvriendingen te pakken.
Maar is het wel zo erg om een misbaksel te zijn?
Ik postte op fb mijn mislukte kersenvlaai:

Iemand schreef er onder - én wij hebben dat zelf allang ervaren/geproefd: Wat in onze ogen een misbaksel is, is het lekkerste. 
En dat is vaak echt zo. 

Die waarheid gaat ook op als het om ons - om mij gaat. Wanneer noem ik mezelf in het rood een misbaksel? Als ik weer overprikkeld ben geraakt en daardoor gedrag heb vertoond dat afwijkt van wat normaal/gepast is - volgens het setje regels dat de mensheid heeft betiteld als normaal, als je daaraan voldoet. 
Maar wij mensen kijken Altijd met een beperkte blik. Omdat we eenvoudigweg niet in staat zijn om alles (van een ander) te zien. Er is er maar Één die alles kan (over)zien. 
In die beperkte blik wijk ik met mijn gedrag dan af van wat gepast/normaal is. En dan plak ik er zelf ook maar het etiket op wat bij dat storende gedrag past: Een misbaksel. 

Maar lekker puh, voor al die mensen die zichzelf niet als misbaksel zien - ook door een beperkte blik: Misbaksels zijn het allerlekkerste! 
God kan misbaksels erg goed gebruiken! Lees de verhalen in de Bijbel maar. Van David. Van Mefiboseth (hij noemt zichzelf een dode hond). Van Paulus die de Christenen vervolgde. In de NBV-vertaling vinden we dat hij zichzelf een misbaksel noemt in 1 Korintiërs 15. Paulus schrijft over de verschijningen van de opgestane Heer aan Petrus, aan de Twaalven, aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk en aan Jakobus. In vers 8 lezen we dan in de NBV: "Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was." In de BGT (Bijbel in Gewone Taal), de nieuwste uitgave van het Nederlands Bijbelgenootschap, heeft men van Paulus maar gelijk ‘een waardeloos mens’ gemaakt! Tja, het kan verkeren. 

En zo zijn er nog veel meer misbaksels die God juist gebruikt. Voor Zijn Koninkrijk - de blik waarmee Hij kijkt - zijn ze het lekkerste! 
Ik ben ook heerlijk! Mijn buitenkant - hoe anderen mij waarnemen - als een goed mens mét permanente aanbaklaag (mijn autistische gedrag) waar je doorheen moet prikken (http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2017/12/het-is-goed-of-toch-niet.html) - zegt niéts over hoe lekker ik ben. Een misbaksel - net als die overschotel. Net als mijn vlaai. En zelfs al zie ik dat zelf niet - met mijn beperkte blik - en blijf ik mezelf in het rood permanent een misbaksel, f**-wijf, of stomme trut noemen. In Zijn Koninkrijk ben ik de lekkerste. Mogen jullie proeven van heerlijke stukjes Ingeborg Justine. Mits je bereid bent dóór die zwarte laag heen te prikken. God doet het. Hij ziet die zwarte laag niet eens. Of Hij ziet hem wel, maar is daar gewoon niet in geïnteresseerd. Dat is bijzaak voor Hem. Hij ziet Mij. En ik ben net als David, Mefiboseth en Paulus een heerlijk misbaksel. De kers op de taart. Het is maar dat je het weet. 😆🍒🍒🍒🍒😀😄

zaterdag 9 december 2017

Twee artikelen die bleven haken

Gisteravond in bad las ik in de EVA een kwetsbaar artikel over kinderloosheid. 

 

Poeh... 
Mooi, open, kwetsbaar. 

Maar er kwamen ook eigen gevoelens boven. 
Wij zijn in 1997 getrouwd. 
Vervolgens bleef het door ons verlangde kind ook uit. 
Het was najaar 1998 dat we in de spreekkamer van de geanacoloog belandden. 
Mijn eisprong was heel onregelmatig. Dat was de reden van het uitblijven van een zwangerschap. 
In november 1998, bleek ik geheel onverwachts toch zwanger. 
Na een zwangerschap met veel ziek zijn en ziekenhuisopname is op 15-8-1999 onze oudste geboren. 

Na een klein jaartje 'gingen we voor de tweede'. 
Maar ook nu het herkenbare proces van elke maand tussen hoop en vrees leven. 
We kwamen weer in de spreekkamer van de gynaecoloog. 
Om mijn eisprong wat te reguleren moest ik Clomid gaan gebruiken. 
Dat brengt kunstmatig de ovulatie op gang en dat weet je dat het in die dagen raak kan zijn. 
Ik ben driemaal (drie maanden/cycli) geweest voor een injectie met Clomid. 
De derde maand was het raak. 
Moederdag 2002 wist ik dat ik zwanger was. 
Feest! 

Maar nu, 15 jaar later, ben ik veel onderzoeken over Clomid gaan lezen. In de bijsluiter staat ook: 'een verhoogde kans op neuraalbuisdefecten'. Er is een duidelijk aanwijsbaar verband tussen het gebruik van Clomid en het krijgen van een kind met autisme. Zeker als het genetisch die kwetsbaarheid al heeft. 

Poeh... waarom toen niet bij stil gestaan, op gewezen of wat dan ook? 
De drang om perse een kind te willen... en als het er eenmaal is, daar perse een broertje of zusje voor te willen... 

Als ik het geweten had, hadden we dat diepe verlangen dan los kunnen laten? 
Je kunt nooit aantonen dat het gebruik van Clomid meegespeeld heeft in hoe jongste nu is. 
Maar ik denk mede. 
En dat doet me verdriet. 
Dat dat egoïstische verlangen om oudste een broertje of zusje te schenken uitgelopen is op een drama. 
Wel een broertje. 
Maar toch. 
Toen oudste een jaar of zes was en jongste drie zei oudste zo aandoenlijk: 'ik wil ook een broertje dat praat - net als de kinderen in mijn klas'. Mijn hart brak. 

Was ons verlangen echt dit waard? 
We zijn er niet voor gewaarschuwd. 
Zelf zo blind voor het verlangen en al zo klinisch bezig dat we ook geen moment bedacht hebben om het tevoren uit te zoeken. Blind vertrouwen op de gynaecoloog die ons dit voorschreef. 
Wist hij het? Ik denk het ook niet. 
En er zijn zoveel dingen die volgens de bijsluiter een verhoogde kans hebben... 
Maar hoe groot is de kans dat het jou treft? 

Het artikel trof me. 
Er werd geschreven over niet aan rouwen toekomen, omdat je in die medische molen zit. 
En dat herkende ik. 
Wij gingen ook door. 
Omdat je nog niet wilt dat het op dat punt stopt. 
Maar was het dit waard? 

De kans is groot, dat - samen met de kwetsbaarheid in de genen - de Clomid het laatste zetje tot het autisme gegeven heeft. 
We konden het niet weten. 
Geen schuld. 
Wel de permanente vraag waarom verlangen naar nieuw leven zó groot is, dat je dingen doet waarvan je de consequenties niet kunt overzien. 
Het is de blindheid waar je op dat moment in zit... 

We kunnen de tijd niet terugdraaien. 
We moeten leven met wat is. 
En dat is pittig. 
En tegelijkertijd houden we veel van jongste. 
Je had hem zo anders gegund dan dit... 

En al deze gevoelens dreven boven bij het lezen van dit artikel. 

Het tweede dat bleef haken was wat ik vandaag las: 

Ik moest denken aan mijn moeder die in 1970 op haar 40e geheel onverwachts mijn vader verloor. 
Praten over de dood was not-done in die tijd. 
Dus praten hierover al helemaal. 
Het gekke is dat ik het mezelf wel - zelfs nu nog wel eens - afvroeg. 'Mam... heb je nooit verlangens?'. Ik heb er nooit met haar over durven praten. Maar wat ik observeerde is dat wat in het artikel staat. Dat met de intrede van de dood ook haar lichaam op slot is gegaan. Nooit heeft ze één woord over háár sexuele gevoelens gesproken. Ook passend bij de tijdgeest. Wel gaf ze ons braaf uit boekjes voorlichting. 
Omdat ik pas twee was toen papa stierf ook nooit het vóórbeeld van 'houden-van' gezien. Mijn moeder kon aan ons niet laten zien hoeveel ze van onze vader hield. Alleen in woorden. Die gebruikte ze wel. Want mede door haar woorden heb ik een beeld van mijn vader gevormd alsware het een man zonder smet of gebrek. Een ideaalplaatje. En dat ideaalplaatjes-mens ging ik missen in mijn leven. Ik miste EEN iedeale vader. Niet meer MIJN (imperfecte) vader. Omdat ik hem nauwelijks gekend heb... Behalve dat ideaalplaatjes-mens, wist ik niet wat ik moest missen. 
Maar miste mama nog meer? Het lezen van dit artikel maakt deze vragen wakker. 
Misschien toch eens respectvol vragen aan mama - nu ze geestelijk steeds verder achteruit gaat... 

Ik realiseer me ook dat ik mama weinig aanraak. En zij mij. Daar zit een blokkade!!! Zowel bij haar als bij mij. En tot de dag van vandaag is het me niet gelukt door één of beide blokkades heen te breken... 
En ook daarvoor wordt de tijd steeds korter... Ik had me er eigenlijk al bij neer gelegd. 
Maar feit is wel dat ze sinds de dood van papa nauwelijks nog aangeraakt is. 
Dat is verdrietig. 

Huidhonger... wat een krachtig woord... ik heb permanente huidhonger. Omdat het ook een manier voor mij is waarop ik liefde wel kan ervaren. Maar ik moet de regie hebben! Ineens vastgepakt worden en zoenen op mijn wang gedrukt krijgen... dat overvalt me teveel. En je hebt altijd mensen die dat zo doen. 
Bovendien vind ik aanraking ontvangen en aanraking geven met mijn autisme een lastig iets. Zie deze blog over knuffelen (waarin ik ook twee oude blogs over aanraking aanhaal: http://kwetsbaarheid.blogspot.nl/2016/12/knuffelen.html). Ik heb net als iedereen het verlangen aangeraakt te woorden en misschien nog wel anders, omdat het ook een communicatie-functie voor me heeft. De diepe druk voelen. Dat wakkert bij mij aanwezigheid. Allemaal daarin terug te lezen, als je dat wilt. Als autist komt elke prikkel anders binnen. Aanraking kan je ook overprikkelen, waardoor je het veel afhoudt. Maar de honger blijft! Kans op uitdroging zelfs! Net als bij mijn moeder misschien? Maar gestild kan het nooit worden. Omdat het - zeker bij autisme - nooit genoeg is! 
Huidhonger... 
Laten we zuinig zijn op elkaar. 
Elkaars honger niet misbruiken. Maar wel beseffen dat het er is. 
Ik denk dat die erkenning al veel honger stilt. 
Eens kijken of ik het bij mijn moeder ter sprake durf te brengen...



donderdag 7 december 2017

Zoveel en zó complex...

Wat een complexe ochtend...
Het begon al met een berichtje van iemand wiens foto ik ongevraagd gebruikt heb. Dat komt omdat ik in een impuls zo'n blog schrijf. Mijn hoofd stroomt over en het móet er dan uit om rustig de nacht in te kunnen. Een blog als emotie-regulatie. En eigenlijk zijn in mijn hoofd dan al 40 stappen gepasseerd. Waaronder de mogelijkheid om het te vragen. Maar gezien het tijdstip dat het mijn hoofd uitgeschreven moest worden, was de kans vrij klein dat ik er nog een antwoord op zou krijgen. En wachten op een antwoord, kon mijn exploderende hoofd niet aan. Er moest op dat moment druk van die ketel. Dus vanochtend schreef ze of ik het niet beter had kunnen vragen. Tja... Schoorvoetend kwam van mij de vraag of ze boos was...?... Een vraag die ik haar nauwelijks durfde stellen...
Los van de vraag waarom altijd zo bang ben dat iedereen boos is, is de vraag waarom ik de ene bijna de huid vol durf te schelden, grenzen over ga als ik dingen wil weten en dat ik bij de andere persoon, verlam, verkramp, in mijn schulp kruip. Terwijl zulke vragen wel spelen ('ben je boos', of vragen om verbanden). Ik vraag ze niet.
Jet heeft te maken met hoe veilig iemand vóelt.
Het zijn vooral wat dominantere mensen - mensen met overwicht - mensen die een dominantere functie hebben - waar ik me terugtrek en bescheiden opstel. Het muurbloempje dat niet tevoorschijn durft te komen. Vandaar ook het verschil in beleving van mensen omtrent mijn gedrag. Mensen die 'nergens' last van hebben met betrekking tot mij... Dat zijn de mensen waar ik nog geen jas van mezelf uit heb durven trekken. Of hooguit één laag. Maar wat daaronder zit... Het mooie én het lastige... Is voor hen onzichtbaar.
Dat wekt al snel de suggestie dat als ik bij Z wel claim, verbanden wil weten, etc. en dat bij Y nauwelijks gebeurt dat ik kennelijk Z zo belangrijk maak. Alsof Z de uitzonderingspositie heeft en de rest niet.
Nee. Nee. Nee.
De Z-mensen zijn de mensen waar ik veilig genoeg ben en was om al mijn jassen uit te trekken. Maar ja... Wat daaronder vandaan kwam... Een zwaar beschadigd mens...
De meeste Z-mensen gaan daardoor noodgedwongen opschuiven naar het gedrag van mensen waar ik me niet anders dan als een muurbloempje durf te gedragen. Ze moeten wel... Dat snap ik... Tegelijkertijd maakt dat me ook weer bang. Ontstaat er vandaaruit verzet. Waar het veilig genoeg was om zonder jassen te lopen, moeten daar nu ook jassen aan. En dat wil je niet. Een ziel wil niets liever dan tevoorschijn komen.
Waardoor mijn ziel in het nauw weer andere plekken gaat zoeken. Heel erg tastend op gevoel. Op aanvoelen... Durf ik bij jou die jas uit te doen?
Met als gevolg dat ik jassen uittrek op plekken waar het niet gewenst is, of ze aanhoudt waar ze uitkunnen. Behalve proberen te voelen vanbinnen hoe veilig een persoonlijkheid voelt, voel ik niet aan wat wel kan en gepast is en wat niet. En gooi ik mijn hele doopsel in één grote waterval op tafel als ik maar enigszins die veiligheid voel. Terwijl een ander nauwelijks mijn echte ik zal zien. Waarbij ik vooral afkets op mensen in een functie of dominantie.

Vandaag had ik samen met de consulent van dit Koningskind en de WLZ consulente van MEE (die ik voor het eerst zag) een gesprek over onze droomplek voor Vincent.
Ze voelde veilig. Dus alles - ook alle pijn - kwam er als een waterval uit. En dat is goed. Want ze gaat echt haar best doen om dingen aan te pakken, uit te zoeken en het in hapklare brokken (voor mijn overzicht) samen te doorworstelen. Iets wat echt tijd gaat vergen. De droomplek is er nog niet. Maar het begin voelt goed. Veilig. Vertrouwd.
Maar er was ook verdriet. Intens verdriet. De ernstig gehandicapte dochter van de consulent van dit Koningskind (die al niet meer thuis woont) was ziek. Zó ziek, dat hij halverwege ons gesprek van de arts een telefoontje kreeg dat ze terminaal is en het een kwestie van dagen is... Terugschakelen naar ons gesprek lukte hem vanzelfsprekend niet meer. Hij vertrok. En mijn ziel schreeuwt het uit naar boven: Waarom zó intens veel gebrokenheid? Daar. Bij ons. Bij anderen. Heer ontferm U. Maar nog dieper de roep: Maranatha. Kom spoedig Heer!

Het is zóveel allemaal.
Mijn hele leven voortdurend bij iedereen in een flits de afweging maken of ik het gedrag van een muurbloempje moet vertonen of ik me veilig genoeg voel om jassen uit te doen. Dat achteraf vaak een verkeerde beslissing is. Te kwetsbaar geweest op plekken waar dat niet zo handig was. Of grenzen niet voelend. De ene kant uit niet en de andere kant uit niet. Of grenzen later aangebracht. Omdat het niet de juiste plek bleek voor mijn kwetsbaarheid.
Pffff... Zó gebroken.. Maar ken geen andere tools dan dit.

Onze gezinssituatie en de toekomst. Dat bij Jaap (consulent).
Het is zó veel. Te veel voor een mens om te dragen. Heer ontferm U. Maar nog dieper de roep: Maranatha. Kom spoedig Heer!

woensdag 6 december 2017

Het is goed. Of toch niet?

Huilen.
Verdriet.
Om een te zwaar leven.
Om te veel op mijn bord.
Mijn eigen beperking.
Mijn gebroken verleden.
Mijn gebroken heden.
Een kind van eigen vlees en bloed.
Zo beschadigd.
Zo niet-goed.
Ja, Vincent is goed omdat hij Vincent is.
Ik ben goed omdat ik ik ben.
En toch klinkt de zin 'zie het is goed' als een vloek.
Tuurlijk is hij goed.
Gewenst.
Geliefd.
Tuurlijk ben ik goed.
Gewenst.
Geliefd.
Maar je moet iets goed vinden wat ongelooflijk fout is gegaan in de aanleg.
Ik moet denken aan de aangebakken schotel van een FB-vriendin. Fout gegaan in de aanleg.

Tuurlijk is het lekker.
Tuurlijk is het gewenst.
De smaken geliefd.
Maar dan moet je letterlijk door de gebroken laag heen prikken.
Elke dag.
Ik bij mezelf.
Anderen bij mij.
Wij bij ons kind.
Anderen bij ons kind.
Het is moeilijk dagelijks tegen jezelf te moeten zeggen dat je het goede moet zien, omdat die kapotte laag erover heen blijft zitten.
Het goede moeten zien van mezelf. Van ons kind.
Waar het zwartgeblakerde zichtbaar is. Een last voor mezelf. Een last voor anderen. Zoals de geur van aangebrand voedsel alles overheersend is.
En toch dagelijks kiezen voor een leven 'alsof het goed is'.
Het kost mega veel energie.
En tranen.
Want nu zie ik even op de zwarte laag.
Van mij.
Van ons kind.
En dat mag soms ook.
Morgen is het weer goed.




dinsdag 5 december 2017

When you look back everything is different


Isn't it funny how day by day nothing changes, but when you look back everything is different. (C.S. Lewis)

Ik zag dit tijdschrift met deze quote er op vanmiddag in de supermarkt. 
En ik vroeg mezelf af: wat zie ik als ik omkijk? Alleen maar pijn? Of verandering? Groei? Stilstand? 
Durf ik wel om te kijken? Of kijk ik teveel om en blijf ik er als een autist in hangen? Haal ik alleen maar oude koeien uit de sloot? 

Feit is - als ik omkijk - ik een leven met onevenredig veel pijn zie. Dat is verdrietig. 
En ja. Ook groei. 
Wat is de groei? 
Dat ik mijn dingen, gevoelens, dagen in kleuren kan duiden. 
Ik vind het altijd zo lastig te zeggen hoe ik me voel. Ga dat altijd relateren aan een eerder tijdspunt. Maar vind het lastig te zeggen hoe ik me dan nú voel. 
Sinds het gebruik van de kleuren (rood/oranje/groen), kan ik beter duiden wat ik voel. En kan ik beter mijn leven zó aanpassen dat ik van rood naar oranje kom. Van oranje naar groen. Of die kleuren zelfs voorkomen. 

Voorbeeld van groei: 
Ik luister al 9 jaar bijna onafgebroken naar Groot Nieuws Radio. 
Vanmorgen deed ik de radio uit, omdat ik hoorde dat er iets kwam dat me zeker zou triggeren. 
Uit een soort verzet dat ik niet kan accepteren dat het zó gebroken is, zou ik een paar jaar geleden zijn gaan luisteren om knalrood te worden. 
Nu gaf ik dat verzet op. Ja. Het is verdrietig dat het zo moet, maar het is nu eenmaal zo gebroken dat de radio uit moet. Laat ik mezelf geen pijn gaan doen - en vandaaruit mogelijkerwijs anderen weer pijn gaan doen. De radio ging uit en ik heb genoten van een boek en een kleurplaat. Heerlijk groen. 
Trots dat ik er zo (volwassen!) mee om kan gaan. 
Ja, dat is groei. 

Sowieso best een groene week. 
Ondanks een verdrietige mail vorige week (wat me op die dag behoorlijk rood maakte. Maar Godzijdank bracht God mensen op mijn pad, waar ik erover kon huilen en praten). 
Het doet me alleen maar meer beseffen hoe zeer er sprake is van onbegrip en langs elkaar heen communiceren. En als bij een ander de wil er niet is daar verandering in te brengen (omdat die blijft hangen in eigen overtuigingen en daar ook nog bevestiging in zoekt en krijgt... wat los staat van houden-van overigens), dan houdt het op. Ik heb zelf nu ook een punt bereikt dat het ophoudt. Dwars tegen mijn eigen natuur in. En ook dat staat los van houden-van. Want juist omdat er houden-van is, heb ik zo lang gepoogd verandering te bewerkstelligen. Mijn liefde niet verstaan (omdat die zich soms vermomt in leugen en haat... uit nood...). Nu denk ik: prima zo. Je weet niet wat je mist en wat je afwijst. Maar ik heb allang anderen genodigd voor aan mijn feesttafel. Mensen die mijn vreemde liefde kunnen en willen ontvangen. Mensen die mijn vreemde liefde niet voortdurend verkeerd uitleggen. 
En deze beslissing maakt groen. De deur gesloten. 

LEEF, VOOR ZOVER HET IN UW MACHT LIGT, MET ALLE MENSEN IN VREDE, ROMEINEN 12: 18

Wat mij betreft leef ik in vrede met die ander. Maar of die ander in vrede met mij wil leven, ligt niet in mijn macht. En dat moet ik ook niet meer dwangmatig proberen. Het is de verantwoordelijkheid van die ander of die dat ook doet en wil. En verder laat ik het los. 

Is dat groei? Ja.