woensdag 9 augustus 2017

Wachten

Het was in de vierde klas van de MAVO. Voor een project van het vak Godsdiens moest je opschrijven wat leven voor je betekende. Ik had opgeschreven: 'leven is het wachten op de dood'. Bij het nakijken had de leraar erbij gezet 'is het niet meer dan dat?'. 

 
Wachten

Autisme
Wat niet veel mensen weten is dat je naast overprikkeling ook onderprikkeling kunt hebben. Dan kom je ook in een soort van rood. Alleen niet de gierende paniek, maar meer een gevoel van depressie, leegte, somberheid, donkerte, eenzaamheid, diepe vermoeidheid. Ik heb daar sneller last van als het slecht weer is. 
Op zulke dagen voelt leven inderdaad als het wachten op de dood. En dan denk ik ook... wat stelt een mensenleven anders voor dan dat? We zoeken met zijn allen activiteiten om die wachttijd te verkorten. Werk, vakantie, reizen, tv, social media, kleuren, sporten, gesprekken, tijd met familie/vrienden, (lekker) eten en het bereiden ervan, slapen, sauna/wellness, rusten, wandelen, fietsen, leren, lezen. En weer een stapje dichter bij die dood. 
We zijn allemaal onderweg van geboren worden in deze wereld naar een leven in een andere werkelijkheid. En die reis is aangenamer als je God kent, want dan ervaar je vrede tijdens de woelige reis, met Hem in je levensboot ...  opweg naar een nieuw leven met en bij Hem. 

Maar als ik last heb van de onderprikeling, dan is dat wachten ein-de-loos saai en komt het gevoel 'waartoe?'. Het overschreeuwen is weggevallen en ik sta naakt in het leven. Eenzaamheid dieper voelbaar, omdat er in die onderprikkeling ook niet echt contact met mijn omgeving is. 
Het is de toestand waarin ik mensen starend aankijk/door hen heen kijk (waarbij kinderen op school vroeger naar me riepen 'schele/bol-oog, kun je het ziehien?!'... want kennelijk zat ik met grote ogen te staren...). Een soort van wezenloos ben ik dan. Ik herken die momenten ook bij jongste. Die onder-alertheid reguleert hij ook met zijn tiktouw. 

Ik had het gisteren. Op een dag van regen en veel roodheid bij jongste. 
Ik gleed weg in mijn verlammende onderprikeling. 
Na een uurtje slapen 's middags (in de auto), ging het wat beter met me. 

De nacht die volgde was rommelig. 
Jongste veel wakker. 
De tussenliggende momenten dat ik sliep, droomde ik dat ik op mijn oude lagere school was. Als volwassene. 
Ik had een sleutel van elke klas (van toen). Had zelf de regie. Klas voor klas ging ik met Jezus in. Ik had de regie. Ik keek ernaar. Keek naar hoe het toen was. En het was goed. Uiteindelijk kwam ik niet meer bij de zesde klas aan. Die deur klemde en toen was ik wakker. Maar het was goed. Mijn ziel was er wel geweest. Dat voelde ik. 
Op deze manier heb ik weer een laag van een stuk nare wachttijd uit mijn leven verwerkt. 
De wachttijd wordt steeds korter. Elke dag dichter bij het eindpunt. Snak ik ernaar? Niet meer op de manier zoals ik dat in 4 MAVO verwoordde, omdat het leven iets aangenamer is dan toen. Rijker. Anders. Maar in andere opzichten weer net zo moeilijk. Met jongste. En in over- én onderprikkeling. Er is me geen kalme reis beloofd. Wel een reis met Hem én een behouden aankomst. 

 
Op de slaapkamer in het vakantiehuisje. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten